San Bartolomé de Tirajana

      No Comments on San Bartolomé de Tirajana

San Bartolomé de Tirajana hoor ik je denken? Over een weekje rustig aan doen op Playa del Ingles (Gran Canaria) valt niet zo gek veel te vertellen. Hoewel er op het eiland best veel te beleven is, dat kan je b.v. hier lezen.

Playa del Ingles is eigenlijk onderdeel van Maspalomas, beiden onderdeel van de gemeente San Bartolomé de Tirajana. Terwijl Maspalomas en Playa del Ingles aan de kust liggen aan weerszijden van de beroemde Dunas de Maspalomas, ligt San Bartolomé kilometers landinwaarts in de bergen. Een leuk dorp om te bezoeken!



Ieder geval wachten we woensdag 12 juni eind van de middag op de luchthaven van Gran Canaria bij de lopende band op onze bagage. Enigszins verbaasd kijken we naar alle medelanders die een selfie willen maken met een kale, niet zo sportief ogende, man. Het blijkt Michael van Gerwen te zijn, die geduldig al deze aandacht onderging. Met een bus, die in midden Afrika niet zou misstaan, worden we naar ons hotel in Playa de Ingles gebracht.

‘s Avonds drinken we aan de boulevard onze eerste Tropical-biertjes 🙂 bij onze favoriete tent La Sirena.
Niet dat deze tent zo heel veel anders is als de tientallen andere Spaanse tenten, maar het bevalt ons en de locatie is gunstig. Hier eten we ook bijna elke avond vis met Canarische aardappeltjes. Lekker!

De dagen in Playa del Ingles zijn “saai”. In de ochtend maken we een wandeling. De wandeling gaat
richting San Agusttin, langs de boulevard met veel hoogteverschillen. Andere optie is richting Maspalomas, eerst over de boulevard en daarna over het zand van de mooie Dunas de Maspalomas naar Maspalomas zelf en over het strand terug. We blijven ons, zoals altijd, verbazen over de mooie kleurrijke bloemen en cactussen.
Helemaal ongeschonden verloopt het wandelen helaas niet. Marja wordt de eerste dag aangevallen door een 12 centimeter hoge hond en laat haar wond ontsmetten bij de plaatselijke reddingsbrigade.
‘s Middag is het dan meestal “beachtime”.

Een week later vliegen we gebronsd en uitgerust eind van de dag weer terug naar Eindhoven Airport.

Ikebukuro 3

      No Comments on Ikebukuro 3

Dinsdag 21 mei was een echte offday. Het begon met stortregen en dat hield niet meer op, uitgerekend op de dag dat we met zijn tweeën op pad konden en Marja haar laatste dag in Tokyo 🙂 Na een laat ontbijt gingen we eerst allerlei praktische zaken regelen: pasmo pas opladen, simkaart kopen, zitplaats reserveren voor vrijdag voor de trein naar de luchthaven. Onze plannen voor vandaag moesten we flink aanpassen.

Eerst gingen we naar Shibuya om het bekende kruispunt in de regen te bekijken. Overal in Japan zijn van deze crossings, maar deze kan erg druk worden. Daarna door naar Tokyo station, alle grote stations hebben hier eindeloos grote ondergrondse winkelcentra. Tokyo street heeft Ramen street en Character street. Half Japan stond in de rij voor een kom ramen. We vonden er niet veel aan. Buiten het stadion hebben we geluncht, zonder wachtrij.We stappen weer op de train richting Odaibo, in Shimbasi stappen we op de Yurikamome (geautomatiseerde trein) die via de Rainbowbridge naar Odaiboi gaat. Odaibo is een leuk stukje Tokyo met een paar mooie gebouwen, een stadsstrand, heel veel winkels en uitzicht op Tokyo en de Rainbowbridge. Plan was deze laatste in het donker te fotograferen. De brug past de kleur van de verlichting aan aan het seizoen, wij hadden duidelijk niet voor het meest spectaculaire seizoen gekozen.
Zoals gezegd een beetje een waardeloze dag, met de hele dag regen 🙁

Woensdag de 23e gaat Marja op pad richting het zuiden. Ik slaap een beetje uit ga twee haltes met de metro naar het Bunkyo Civic center. Op de 26e etage heb je hier kans om, naast een mooi uitzicht op de stad, Mt. Fuji te zien. Hier geen hordes toeristen, wat weer als nadeel heeft dat echt alles in het Japans is. Het uitzicht is prachtig, alleen Mt Fuji is in geen velden of wegen te bekennen.
Onder het Civic center ligt een prachtig parkje: Koishikawa Korakuen. Tuinen en parken onderhouden kunnen Japanners als geen ander. Volgende doel is de Nezu Shrine, vlak bij Ueno Park. Ik besluit er naar toe te wandelen in plaats van te treinen. Een pittige wandeling, door een stukje onbekend Tokyo.
De Shrine is weer prachtig. De Shrine is bekend om zijn bloemenpracht in het voorjaar. Ik was waarschijnlijk een week te laat 🙁

Volgende stop is Ueno park, waar ook een aantal tempels staan, een mooi meer heeft em verder veel groen. Na het park slenter ik door de straatjes tussen Ueno en Okachimachi (Ameyoko). De lunch is vandaag sushi 🙂 De sushi wordt vers voor mijn ogen klaar gemaakt. Naast me probeert de bediening met een netje een vis uit een aquarium te krijgen. De vis heeft er weinig zin in, even later ligt de vis op een mini BBQ van de man die naast me aan de bar zit. Voor het volgende stukje pak ik de metro naar Asakusa. Asakusa ken je van de Sensoji tempel en uitzicht langs het water op de Tokyo Skytree. Ik wandel wat rond, eet dikke ramen en maak begin van de avond een aantal prachtige foto’s (vind ik zelf dan).

Donderdag 23 mei is weer een prachtige dag. Een mooie dag voor de kust. Ik reis met de trein richting Kamakura, alleen dit keer stap ik in Fujisawa over in een elektrische tram naar Enoshima. Bij het uitstappen weet ik gelijk dat ik de goede keuze heb gemaakt: een dame fiets met een longboard door het dorp 🙂

Vlak voor de kust ligt een eilandje met tempels en uitzichtpunten. Ook hier kan je op een mooie dag Mt Fuji zien. Het is een prachtige zonnige dag, maar niet helder genoeg voor Mt Foetsie. Met de elektrische tram ga ik verder richting Kamakura langs kleine dorpjes, door smalle straatjes en langs de zee. Wat opvalt is dat er overal langs de kust flink gesurft wordt ondanks dat het donderdag is. Hoe doen die surfers dat?

Ik stap uit in Yuigahama beach en loop met de voeten in de oceaan richting het centrum van Kamakura. Nog even slenter ik door de drukke winkelstraat van Kamakura en spring dan op de trein richting Ikebukuro, dat al een beetje als thuis begint te voelen. Time to leave.

Ikebukuro 2

      2 Comments on Ikebukuro 2

Zaterdagavond vind ik met Marja nog een leuk restaurantje om lekker te eten. Restaurants hier in overvloed, alleen kiezen blijft lastig 🙂 Na het eten val ik als een blok in slaap.

Zondag 19 mei weer op tijd op, ik scoor een ontbijtje in de 7Eleven en ga weer richting station. Waar zouden we zijn zonder de trein/metro?
Met de Yamamoto lijn gaat het naar Ueno en dan met de Ginza lijn naar Asakusa. Asakusa is de wijk van de bekende Sensoji Tempel (je weet wel die rode). Ook kan je langs het water wandelen met uitzicht op de 600 meter hoge Skytree en het hoofdkantoor van de Asahi-brouwerij, die de vorm en de kleur van een pint bier heeft (lollige jongens die Japanners).

In Asakusa loop ik toevallig Marja tegen het lijf. Normaal gesproken is het altijd druk bij de tempel, maar nu is het 3 dagen feest. Dat geeft een leuk en extra druk sfeertje met allemaal verklede Japanners en allerlei optochten. Om de drukte te ontlopen, wandelen langs het water en nemen daarna de metro terug naar Ueno, daar slenteren we door Ameyoko en het Ueno park. Ook lunchen we er in een van de vele tentjes onder het spoor. We pakken de trein naar Shinjuku station, zo mogelijk nog groter dan Ikebukuro. De tweede helft van de middag wandelen we door Shinjuku met name in de wijk Kabukicho. Naast veel winkels is dit ook een uitgaanswijk en één van Tokyo’s red light-districts (eat your heart out 020). We slenteren door Godzilla street, waar boven op een enorme bioscoop Godzilla om het uur stoom afblaast. Vervolgens gaat het door de smalle straatjes van de Golden-Gai, waar je allemaal mini kroegjes (voor 4 tot 8 personen) hebt. We verbazen ons over de protserige reclames van het inmiddels wereldberoemde Robot-restaurant.
We eten in Kabukicho en gaan ‘s avonds weer terug naar onze hotels.

Mijn voetzolen zijn inmiddels vijf centimeter afgesleten van het wandelen, maar dan wordt gelukkig alleen maar erger.

Maandagochtend ga ik met de Shonan-shinjuku lijn naar Kamakura. Omdat het nog spitsuur is kan je het vrij druk noemen op Ikebukuro station. Op het perron zie ik als de deuren van de trein opengaan, de mensen eruit poppen. Ik vrees het ergste voor mijn trein, maar het was te doen. Bovendien wordt het steeds rustiger in de trein naarmate we Tokyo verlaten.

Kamakura wordt ook wel klein Kyoto genoemd, het ligt tegen een groene heuvel aan en het wemelt ervan de tempels. Belangrijker is dat het ook aan zee ligt 🙂

Na een goed uur stap ik uit in Kita-Kamakura. Ik ben van plan een aantal tempels lopend te bezoeken. Wandelen in deze groene omgeving is gezonder dan in de stad.

Gelukkig heb ik een Japanstalige kaart van het gebied kunnen scoren, dus dat helpt (een beetje). Eerst bezoek ik de Engakuji tempel en de Kenchoji tempel. Die laatste is prachtig. Deze tempels zijn lekker rustig, omdat ze ver van het centrum liggen. Wel zijn er veel schoolkinderen, die Engels willen oefenen. Gelukkig vragen ze niet om geld na afloop. Sterker nog ik krijg een mooi gevouwen orgami figuurtje.

Langzaam kom ik dichter bij het centrum en bij de grote Hachimangu shrine, deze ligt mooi tegen de heuvels en kijkt recht uit op de centrale straat van Kamakura. Zeg maar een soort Coolsingel, zonder Feyenoord-supporters. Als je die straat helemaal uitloopt, kom je uit bij de oceaan (voor als je nu ongeduldig wordt, de volgende alinea overslaan).

Ik sla echter linksaf, loop een hoop tempels voorbij en loop bij de Hokokuji Temple naar binnen. Deze is niet zozeer bekend vanwege zijn tempel, maar wanwege het bamboe-bos. Een mini- bos eigenlijk, maar wel mooi. Zoals eigenlijk alle Japanse bossen en tuinen.

Ik wandel terug naar de hoofdstraat en je raadt nooit wie ik daar tegenkom? Je mag nooit meer raden. Samen lopen we naar het strand en lopen een eind over het strand. Er wordt zowaar ook gesurft, maar het is geen surf waarvoor ik in Nederland naar zee zou rijden …
Marja gaat weer terug en ik bezoek nog de Hasedera Temple (mooie uitzichten) en de Kotokuin Temple, beter bekend als the Great Buddha. Je kopt hemzelf al in: een enorme Boeddha.

Daarna snelwandel ik terug naar het “centraal station” van Kamakura en rijd terug naar Ikebukuro in een afgeladen trein.

‘s Avonds ga ik weer uit eten met Marja in een tent vol ramen en soep naar binnen slurpende Japanners. Wederom een enerverende en vermoeiende dag. Slaap lekker.