Maandag 17-1 allebei een fiets gehuurd en de stad uit gefietst. Langzaam verdwijnen de stenen huizen en er verschijnen steeds meer houten huizen op palen.
Daarna volgen rijstvelden en lotus-kwekerijen. De kinderen lachen en zwaaien allemaal, ze hebben niets de verkopen voor een dollar.
Een man op brommer met wel 50 eenden aan hun poten gebonden aan zijn brommer hangene zoeft voorbij. De hele ochtend buiten de stad gefietst en natuurlijk af en toe een tempel bezocht en zelfs bij 1 rondgeleid door een vriendelijk jonge monnik.’s Middags door de stad gefietst en in de namiddag op een zonnig bankje bij een tempel langs de rivier even uitgerust.
Daarna op het gemak terug naar ons guesthouse nadat we een heerlijk koel tapbiertje voor 50 dollar cent soldaat hadden gemaakt.
’s Avonds zien we een hond die zo goed als uitgemergeld is, maar helaas kan je er niets aan doen. Een vreselijk gezicht wat niet meer van je netvlies gaat. De honden en katten zijn allemaal en altijd zwanger of hebben net jongen. Alleen de sterke overleven.
Dinsdag om acht uur worden we opgepikt met de bus om vervolgens binnen circa 6 uur naar Phnom Penh te rijden. Onderweg mooie vergezichten en af en toe stoppen we langs de weg om een wachtende passagier op te pikken.
Tussendoor wordt nog een stop gehouden bij een stadje wat wel een geluk was. Naast ons zat een man 6 uur lang wagenziek te zijn. Aan het einde van de rit had hij een zakje vol verzameld. We hebben de lunch maar over geslagen. Als we de stad in rijden zien we een man met een auto afgeladen met kippen (uiteraard hangend aan hun poten) en eenden. Een straatbeeld van tuk tuks, verkopers, rijen auto’s en brommers kriskras door elkaar rijdend.
Bij de busstop laten we de wagenzieke man (die net zijn laatste restje avondeten in zijn zakje had gespuugd) maar eerst uitstappen. We worden direct overspoeld met allerlei mannen (waarom nou nooit vrouwen) die ons kunnen vervoeren (op allerlei manieren) en die goede hotels kennen (waar ze uiteraard commissie voor krijgen).
Ed laat zich verleiden door een tuktuk rijder en we gaan voor 1 dollar naar een nieuw guesthouse. Een heerlijk ruime kamer is het resultaat echter Ed vond het uizicht op de 5e (en hoogste verdieping) het mooist. Helaas had men alleen geen lift maar een smal trapje.
Hier blijven we 3 nachten en zullen na die tijd goed afgetraind zijn. In de middag hebben we de omgeving verkend en over de boulevard geslenterd. Enorme markten met groente, fruit, vlees, vis (zo vers dat het van de kraam springt), maar ook kappers onder broeiende zeilen waar gepermanente en geverfde dames braaf in stoelen wachten en rijen met kramen met echt haar.

Zodra het wat gaat schemeren zie je ook de minder mooie kanten van het land: oude grijzaards met jonge cambojaanse meisjes aan de arm (met of zonder kind), oorlogsslachtoffers (die een arm of been missen), lijm snuivende kinderen die helemaal van de wereld zijn, prostituees, massagesalons met happy ending etc.
Zodra het donker wordt en dus koeler komen ook de enorme muziekboxen tevoorschijn op de boulevard en starten allerlei klasjes met zumba, gym en hiphop, voetballen en hardlopen.
Na een prachtige zonsondergang eindigt onze eerst avond in Phnom Penh in een lokale eettent, met heel veel muziek en discolichten waar bij binnenkomst een enorm varken aan een spit ronddraait. Er zijn bijna alleen mannen in de eettent met pitchers bier, waar door een schone dame iedere 4 minuten een blok ijs in het bier wordt gedaan of er wordt bijgeschonken. Tussendoor komen er ook nog andere verkopers in het restaurant eten verkopen. Dat zou je in Nederland eens moeten proberen. Bij vertrek uit het restaurant is het varken al bijna volledig versneden.

Zo eindigt onze eerste dag en na een beklimming naar de 5e verdieping vallen we moe op bed. Onder een Hello Kity en Mickey Mouse dekbed vallen we in slaap.
Woensdag 19-1 een serieuze dag met aandacht voor de geschiedenis van dit land. Na een flinke wandeling werd het Tuol Sleng Museum bezocht. Deze voormalig school werd in de Pol Pot periode omgedoopt tot Security Prison 21 (SP21). De klaslokalen werden omgebouwd tot martelkamers. De tweede en derde verdieping werden met prikkeldraad beveiligd om te voorkomen dat de gevangenen zelfmoord zouden plegen door naar beneden te springen. Een andere tactiek om mensen te ondervragen was door ze met de armen op de rug gebonden aan de armen omhoog te takelen aan een paal totdat ze bewusteloos waren. Dan werden ze in een bak met sterk vervuild water gehouden waardoor ze weer direct bij bewustzijn waren en de ondervraging ging dan door.
Duizenden mensen werden hier op gruwelijke wijze gemarteld. De gevangenen die alles hadden overleeft werden afgevoerd naar Choeung EK (Killing Fields), waar ze op een vreselijke manier om het leven gebracht. Er werden luidsprekers opgehangen om het gekreun van de gemartelde mensen te overschreeuwen. Nog altijd worden na de regentijd spullen (kleding en botten) van die tijd in de Killing Fields gevonden. De Killing Fields hebben we in de middag met een tuktuk bezocht.

Aan het einde van de dag een wandeling over de boulevard gemaakt. Onderweg lopen we nog langs een metaalbewerkbedrijf (nou ja een soort van) en in het midden van alle rotzooi staat een altaar met allelei kleurige papieren versieringen en in het midden een geroosterd varken. Het zou de voedsel en warenwet niet doorstaan in nederland, schatten wij in. Zo ook niet de vele rijdende stalletjes met fruit, mie, pannenkoeken, frituur, ijs, frisdrank, sugarcane, eieren, vers vlees, stokbroodjes, etc. etc. You name it and they’ve got it.
Donderdag wat door de stad rondgeslenterd, blijft toch fascinerend dat straatleven, de What Phnom, de Grand Palace bezocht en buskaartje voor vrijdag gekocht naar Sihanouk Ville aan de kust.
