Maandagochtend 8-2 op zoek gegaan naar een goedkoper hotelletjes dichter bij het strand. Deze was zo gevonden. Want de meeste Vietnamezen zijn na het vieren van TET weer onderweg naar huis, dus er was overal weer ruimte genoeg. In Nha Trang doen we het rustig aan. We genieten van het strand en het lekkere niet al te hete weer. Hier worden we alleen af en toe lastig gevallen verkoopsters van nep Ray-ban zonnebrillen (net zoals in de rest van Azië; voor de goede onderhandelaar 3 voor 3 dollar), drankjes en boeken. We horen veel foute Duitse disconummers en er zijn kroegen waar drank met een trechter wordt ingebracht (handig). Verder is het lekker eten en hebben we supergrote garnalen op (2 dollar voor 100 gram garnaal) en drinken we af en toe en met mate een Saigon-biertje. Aan de Vietnamese lekkernij gekookte eieren met eendenembryo’s hebben we ons nog niet gewaagd.
Grijze mannen met jonge lokale dames en het aantal gehandicapte bedelaars is hier duidelijk minder dan in Cambodja. Maar af en toe komt er nog een oude man langs die een verhaal heeft over de oorlog, daar gewond is geraakt of voor de Amerikanen heeft gewerkt. Het blijft hier altijd lastig te bepalen wat de waarheid is.
Na een aantal tempelloze dagen, bezoeken we ook weer eens 2 tempels; de Long Song Pagode en de Po Nagar zijn de moeite van het bezoeken waard. In een ontspannen sfeer met wierook zien we in de tempel een enorme witte liggende buddha en daarna een witte zittende buddha die over de stad heen kijkt. Voor donderdagavond 10-2 hebben we kaartjes gekocht voor een “slaapbus” naar Hoi An. De trip zal zo’n elf uur gaan duren. We bereiden ons weer mentaal voor op deze helse tocht.


