Sipi

      4 Comments on Sipi

Woensdagochtend 23 januari staan we extreem vroeg op. We willen de files voor zijn en natuurlijk de gevolgen van 1,5 cm sneeuw, waardoor heel Nederland ontregelt is. Deze tactiek werkt want we zijn binnen een uur op Schiphol P3 in het soms witte Nederland.

Tegen 10 uur vliegen we met onze vaderlandse trots in zo’n 8 uur naar Kigali, de hoofdstad van Rwanda. In Kigali moeten we braaf 1 uur in het vliegtuig zitten om vervolgens in een goed half uur naar Entebbe in Oeganda te vliegen.

De luchthaven is redelijk klein en relaxt. De douaneformaliteiten gaan traag. Paspoort scannen, foto maken, vingerafdrukken, digitale handtekening en sticker voor je paspoort printen.

Buiten is onze man die ons naar ons guesthouse zou brengen nergens te bekennen. Dus kopen we vast een lokaal simkaartje, zodat we betaalbaar lokaal kunnen internetten en bellen. Was nog een heel gedoe om het kaartje aan de praat te krijgen. Maar de simkaart verkoopster was geduldig, ze moest toch nog de hele nacht werken.

Voordeel was dat we gelijk ons guesthouse konden bellen met de vraag waar onze chauffeur was. Die kwamen we 10 minuten later tegen en hij bracht ons naar ons guesthouse. We krijgen een eerste indruk dat er veel goede asfaltwegen zijn met veel speedbumps, maar het laatste stukje was volledig off the road terwijl we nog in de stad zijn. Het guesthouse is goed beveiligd door twee gewapende mannen, maar belangrijker we drinken even na middernacht onze eerste ijskoude Nile biertjes.

Donderdagochtend wordt onze auto eerder bij ons guesthouse gebracht dan afgesproken. We krijgen uitleg over de Toyota RAV4 incl. campgear. De brander van de gasfles ontbrak. Die werd nog even gekocht. De man die de auto bracht moest terug naar Kampala, wij besluiten hem terug te brengen. Dat was niet zo’n handige zet. Aan de andere kant we hebben eerder dan gepland Kampala gezien.
Het verkeer in Kampala is dramatisch, regelmatig staan we gewoon 10-15 minuten stil. Natuurlijk komen er een hoop verkopers af op de file rijders. Voor een stoplicht wassen achter elkaar 5 kinderen onze voorruit, hopend op wat geld …

Eenmaal buiten Kampala gaat het een stuk vlotter, hoewel het wel oppassen is voor allerlei busjes die je gewoon van de weg afdrukken.
In de loop van de middag komen we aan bij ons hotel in Jinja aan de rand van het Victoriameer. We doen daarna boodschappen voor de komende dagen. De supermarkten hier zijn minder breed gesorteerd dan de Aldi 🙂

Na een dag vliegtuig en een dag auto is het tijd om de benen te strekken. We lopen een heel stuk langs de Nijl en eindigen (natuurlijk) in de kroeg.

We zijn de eerste dag best al onder de indruk van dit stuk Afrika. In 10 minuten Kampala zie je meer kleurrijke en grote vogels, dan een jaar spotten in de Biesbosch. Onderweg is het een kleurrijk gebeuren.

Vrijdagochtend ontbijten we met uitzicht op het Victoriameer. Doel vandaag zijn de Sipi Falls. Maar eerst gaan we op zoek naar de bron van de Nijl (althans een daarvan). Deze aftakking van de Nijl ontstaat vanuit het Victoriameer. Daar wordt natuurlijk weer een behoorlijke kermis van gemaakt. Maar los van de verkopers is het een mooi stukje natuur met een hoge ijsvogeldichtheid (in alle kleuren).

Dan gaan we op pad richting Sipi. Weer een mooie reis door het Afrikaanse landschap. We passeren drukke dorpjes, wegwerkzaamheden 🙁 , mooie natuur, zwaaiende kinderen, kleurig geklede vrouwen, we maken een pitstop in Mbale. In de loop van de middag komen we aan in het op bijna 2 km hoogte gelegen Sipi, onderdeel van het Mount Elgon National Park. De uitzichten zijn adembenemend.
We zijn blij dat we er zijn. Het blijft oppassen in het verkeer. Regelmatig worden we door zowel achterop komend als tegemoet komend verkeer van de weg gedrukt 🙁

In Sipi draait het natuurlijk om de Sipi Falls. De Falls op de juiste plek bezoeken is nogal een puzzel. Dus besluiten we toch een gids te huren, die ons naar de verschillende watervallen loodst.
‘s Avonds slapen we in voor ons doen veel te duur hotel, maar wel met fantastisch uitzicht!

Chocolatines, vagues et Kronenbourg

De laatste zaterdag van september rijden we richting het zuiden, om de toch al lange en warme zomer iets te verlengen. Plan is natuurlijk veel surfen en tussendoor het liefst zoveel mogelijk in korte broek met teenslippers rondlopen. Dit moet lukken met een window van twee weken.

Met een uitnodiging op zak van onze vriend Wilco van TiTulipe starten we in Bretagne. Eind van de middag zitten we op een zonnig terras Bretonse biertjes te drinken met Sandra en Wilco, gevolgd door een goede maaltijd. Na een frisse nacht rijden we naar Ile de Crozon. De surf is er zeker, alleen de windrichting is niet ideaal. We checken de vele baaien van het schiereiland; maar of de wind of gebrek aan golfhoogte is spelbreker. Eind van de middag pakken we toch onze eerste surf op Lost Marc’h. De surf wordt steeds beter en we surfen een overdosis lefthanders, met een smile op het zicht lopen we het pokke eind terug naar de parkeerplaats.

Maandagochtend ontmoeten we Wilco en een super enthousiaste Mike op La Palue samen met hun nieuwe glimmende longboards. De golfhoogte is zeker aanwezig, alleen de wind is op zijn best sideshore. Mike en Wilco duiken het water in, wij gaan op zoek naar iets meer offshore. Offshore vinden we op Pen Hat, waar later ook Mike en Wilco komen plonzen.

Na een kort weekend Bretagne besluiten we maandagmiddag richting het zuiden te rijden. We werpen nog een blik op Guidel Plage (vanwege de goede herinneringen) en besluiten te slapen op Ile de Normantier (een niet zo handige beslissing, maar Normantier is zeer de moeite waard in het donker).

Dinsdag komen we aan in Hossegor, waar de surf dik is maar zonder onze favoriete windrichting. Woensdagochtend is de surf minder hoog, maar wel cleaner. We kijken naar de start van de RoxyPro en zien o.a. Gilmore varen. We besluiten echter zelf onze surfuren te pakken op Estagnots. De Quikpro brengt veel surfers naar Hossegor, dus het is druk in het water. Het lollige is wel dat je regelmatig een pro in het water tegenkomt. Medina landde zijn 360 een paar meter voor ons, maar voer gelijk weer verder zonder gedag te zeggen.

Donderdag en vrijdag meer van hetzelfde, niet genoeg swell voor de wedstrijden, echter wel lekker weer en her en der een leuke piek.
Even ten noorden van Les Bourdaines surfen we heup tot soms borsthoge superclean golven. Dit doen we o.a. samen met de familie Kerr. Vader en dochter in het water en moeders (daar is niets mis mee :)) met de camera op de kant om Insta content te verzamelen.

Het weekend van 6/7 oktober waren de minste surfdagen van deze trip. Zaterdag was het San Sebastian tijd. We bedwingen de 123 meter hoge Monte Urgull en belonen onszelf met pintxos. Zondag was een complete offday met harde onshore wind.

Maandag begon het weer op een surftrip te lijken. We surfen dikke cleane bakken op notabene La Sud vlak naast de pier.

Dinsdag 9 oktober is zeker de beste dag van de trip. We starten met het kijken naar een paar vette heats bij de Quik Pro; we moeten ze onze “vriend” Jordy overtuigen dat hij zijn heat heeft gewonnen. Het begint echter te kriebelen en we rijden richting Centrale. Daar peddelen we richting La Nord en surfen dikke bakken (of een poging daartoe). Buiten liggen op dit soort dagen is altijd weer een mooie ervaring. We liggen weer tussen de oude ervaren mannen met guns (bonjour, ca va)en is het een hele uitdaging om één van de flinke bakken op te pikken. Terwijl de oude mannen keer op keer bij de betere sets precies goed liggen …

Woensdagochtend wederom een prachtige sessie op La Nord. Alleen voor mij een redelijke korte sessie omdat na een kleine spoeling mijn leash brak. Frank kwam later het water uit met een smile, die nog steeds op zijn gezicht staat …
We kijken nog wat Quik Pro en surfen ‘s middags behoorlijk dikke lijnen op Bourdaines. De inmiddels side shore wind verpeste de boel een beetje. Ook donderdag hadden we last van sideshore; dus besluiten we terug te rijden naar Pays Bas.