Pokhara

Zaterdag 1 december weer een reisdag: van Lumbini naar Pokhara.

Het “leuke” aan de busreizen is dat als je aan drie verschillende personen vraagt hoe  lang duurt de reis? Je drie zeer uiteenlopende antwoorden krijgt. Misschien is het antwoord dat niemand dat ook kan zeggen gezien de gesteldheid van de wegen.
In ieder geval begonnen we om 7 uur in de ochtend goed met een redelijk goede bus en ook mooi; de bus werd niet tot de nok toe afgeladen. Wel worden, zoals gebruikelijk, overal en nergens  mensen opgepikt en afgezet. De wegen waren zoals we inmiddels gewend waren af en toe een stukje asfalt en de rest zouden we in NL niet als weg bestempelen. Na een uur over vlakke wegen gingen we de bergen in.

Naast het gehobbel over de weg, kwamen er nu ook nog de zijwaartse bewegingen bij van de s-bochten. Daar konden veel mensen niet tegen, gezien het aantal kotsende mensen in bus (inclusief de dame achter ons).
Dat alles gecombineerd met het langs duizelingwekkende afgronden rijden, maakte het weer een vermoeiende en spannende dag. Misschien hadden we hetzelfde moeten doen als de meeste locals in de bus: slapen.
Maar goed aan het einde van de rit kwam de beloning: uitzicht op het Himalaya-gebergte.
Van Pokhara hadden we ons een gezellig dorpje aan een meer voorgesteld. Het is echter het Kuta van Nepal. Alleen dan met een meer en bergen ipv zee en golven. Dat is wel een beetje jammer.

Ok; waren we gisteren een beetje chagrijnig van de vermoeiende reis. Op zondagochtend ziet de wereld er weer heel anders uit. We ontbijten op het dakterras van ons hotel met prachtig uitzicht op het meer Phewa Tel en de besneeuwde pieken van de Himalaya, het Annapurna massief. Pieken van net boven de 8 kilometer.
Vandaag vertelde we een Nepalees dat de hoogste berg in NL ruim 300 meter is, deze man is met zuurstof afgevoerd.
Na het ontbijt laten we ons met een bootje afzetten aan de overkant van het meer. We beginnen daar de stijle klim naar de World Peace Pagoda. We wandelen van een hoogte van een kleine 800 meter naar ruim 1100 meter. De uitzichten op de Himalaya worden steeds mooier en indrukwekkender. Bij de pagoda, neergezet door Japanners, blijven we een poosje hangen om van het uitzicht te genieten. Even geen stadsgeluiden, stof of de reuk van brandend afval.

Daarna beginnen we aan de afdaling aan de andere kant van de berg/heuvel (zelf in te vullen). Dat duurt vrij lang. Het is een lang stoffig pad, dat met lange haarspeldbochten naar beneden gaat. Eenmaal beneden gaan we op zoek naar Devi’s Falls. Van deze watervallen is dan weer een soort poppenkast gemaakt. Veel verkoopstandjes, een slecht verzorgde tuin en voor de watervallen staan hekken (om te zorgen dat je niet naar beneden valt). Tel daarbij op dat er gezien het seizoen niet veel water naar beneden kwam, vonden wij het een slechte besteding van de 27 cent pp entree.
Na de waterval liepen we nog door een “vluchtelingenkamp” van Tibetanen, maar ook dit bestond voornamelijk uit verkoopstandjes 🙁
Eind van de middag waren we weer teruggewandeld en beloonde onszelf met 2 Everest-biertjes op een terras aan het meer.

Lumbini 2

Vrijdag 1 december gaat het los in Nederland en  natuurlijk ook in Lumbini. Wij gaan het enorme tempelcomplex bezoeken. Hoogtepunt is de plek waar Boeddha geboren is. Maar ook elk zichzelf respecterend Bhoedistisch land heeft er een enorme tempel laten bouwen, zoals Japan, China, Korea, Myanmar, Thailand en zelfs enkele Europese landen.


Maar we starten met het huren van 2 fietsen om langs al het tempelgeweld te fietsen. Het terrein is enorm en heeft ook veel potentie, alleen is het natuurlijk op zijn Nepalees. Er staan prachtige tempels, tempels die gebouwd worden, tempels die vervallen zijn etc. Het publiek bestaat vooral uit Aziaten, veel schoolkinderen en een enkele blanke toerist.
Wij zijn ook blanke toerist, maar allebei grijs/blond en vallen blijkbaar iets meer op. Gevolg is dat we vandaag ongeveer 341 duizend keer op de foto/selfie moesten. Dat is dan nog zonder het aantal keer dat er “stiekum” een foto werd gemaakt. Sir, where you from? What’s your name?

Maar goed er waren een paar mooie tempels bij en de tempel ter nagedachtenis aan de geboorte van Boeddha, 541 jaar BC, maakte indruk. Uit veel verschillende landen waren er mensen aan het mediteren.
Tussen de bedrijven door zagen we ook nog apen en kraanvogels in de groene omgeving.

Is dan alles mooi hier? Niet echt. Het blijft overal een stoffige bende en doordat iedereen ook vuil/plastic verbrand ruikt niet altijd aangenaam.
De temperaturen zijn overdag aardig, 20 – 25 graden, maar het duurt altijd even voordat het opwarmt. De dag begint en eindigt altijd met een sweater.
Lumbini zelf is eigenlijk alleen maar een rij afzichtelijke hotels, met alleen een hoofdstraat met wat vertier.

Morgen met de bus naar Pokhara.

Lumbini

Woensdag 29 november geen gehaktdag, maar fietsdag. Inmiddels raken we al redelijk ingeburgerd bij de plaatselijke middenstand. De kapper probeert Ed steeds enthousiaster zijn zaak binnen te lokken. De lokale neushoorn die ‘s avonds wel eens door de hoofdstraat banjert hebben we echter nog niet gezien. We kopen vast buskaartjes voor donderdag naar Lumbini. Helaas geen rechtstreekse bus.


Daarna fietsen we naar het olifanten opvangcentrum een paar kilometer buiten het dorp. Alle olifanten en hun jongen zitten vastgebonden, daar worden we niet vrolijk van. We worden echter verzekerd dat de olifanten alleen tijdens bezoekuren vastzitten. We hopen het maar. We fietsen verder langs de rivier die aan het nationaal park grenst. We zien heel wat dieren, zoals grote ijsvogels, reeën, apen, wilde varkens en mongoos.

Donderdag worden we met een tuk tuk afgezet bij het busstation. Daar staat de Nepalese versie van de Ankara express op ons te wachten. Op het dak liggen al wat koffers en tassen vastgebonden. Onze spullen worden er ook bijgelegd. Als de chauffeur de motor start vraagt Marja of onze spullen ook vastgebonden kunnen worden. Met enige tegenzin klimt hij weer het dak op. Om met het goede nieuws te beginnen: de weg was redelijk te noemen. Verder bleek dit een gewone bus die op elke straathoek mensen oppikt. Na een half uur was elke kubieke centimer bus gevuld. Wij hebben de hele rit intens fysiek contact gehad met onze medepassagiers. Aan het rij- en toetergedrag van Aziatische chauffeurs zijn we inmiddels gewend geraakt. Het blijft wel spannend.

Begin van de middag werden we afgezet in Bhairakta, dat is dan nog 25 km van onze eindbestemming. Voor het laatste stuk pakken we de taxi en die zet ons af in Lumbini, vlakbij de grens met India, maar belangrijker nog de geboorteplaats van Boedha. Dat maakt deze plaats met veel tempels een pelgrimsoord en tevens een beetje een poppenkast.

Sauraha 2

Dinsdag 28 november safaridag! ‘s Ochtends om 7 uur staan we aan de oever van de rivier met onze 2 gidsen. In een uitgeholde boomstamkano steken we de rivier over en zijn we in het Chitwan Nationale Park. We krijgen eerst instructies hoe te handelen bij het zien van een gevaarlijk dier. De instructie varieert van hard zigzaggend wegrennen tot dicht bijelkaar blijven en herrie maken. Hopelijk herinneren we ons nog de juiste instructie als het zover is.

De zogenaamde big five van dit park zijn: tijger, olifant, rhino, krokodil en de slotbeer. Ons ultieme doel is om een tijger in het wild te zien. Alleen wordt je waarschijnlijk eerder door de bliksem getroffen dan dat je een tijger in het wild ziet.
Met die wetenschap gingen we deze dag in. De vier uur durende wandeling was leuk. Onze gidsen waren bewapend met stokken. We zien vooral veel vogels, apen en een paar herten. Maar ook voetstappen van een tijger en roken zelfs de urine van het beest. Er echt een tegenkomen lijkt ons al wandelend niet echt een superidee. Wel zien we herten en 2 soorten krokodillen langs de rivier en verder heel  veel olifanten en neushoornpoep.
Op een gegeven moment zien we op een meter of 25 afstand een neushoorn liggen slapen. Een paar meter verderop staat zijn of haar partner te grazen. Even kijken we elkaar verward aan. Wij denken welke actie hoort bij deze noodsituatie? De neushoorn is verstandig en gaat gewoon door met grazen.

‘s Middags gaan we mee met een vier uur durende jeepsafari. Ook leuk, maar dit is geen Afrika. De jungle hier is mooi, maar in dit jaargetijde ook nog dicht begroeid. Wild spotten is dan ook lastig. Eigenlijk zien we dezelfde dieren als tijdens de ochtendsafari. Het kan ook zijn dat we een beetje verwend zijn.

‘s Avonds vallen we vermoeid in slaap in de wetenschap dat we beveiligd worden door 2 hotelolifanten.

Sauraha

Namaste! Tot nu toe ging alles volgens plan. Maar nu bleek er helemaal geen bus naar Pokhara te rijden op zondag. Er was iets met verkiezingen in het district. Beetje vaag verhaal, maar ook andere kaartjesverkopers hadden een soortgelijk verhaal. Dus blijven we nog een dagje in Kathmandu. Al onze poriën zitten toch al vol met stof. Zondag 26 november onder het ontbijt hebben we onze plannen iets omgegooid. Omdat het de komende dagen niet zo warm is in Pokhara, gaan we maandag eerst naar Chitwan. Als de bussen rijden, tenminste.

Na het ontbijt nemen we de taxi naar Patan, zeg maar het Rotterdam-Zuid van Kathmandu. Patan ligt onder de Bagmati rivier en is inmiddels vastgegroeid aan Kathmandu. We laten ons afzetten op Durbar Square en slenteren een groot deel van de dag door het oude centrum. Ook hier is een groot deel van de tempels zwaar beschadigd door de aardbeving.

Maandagochtend lopen we om 6 uur ‘s ochtends in het donker naar het busstation. Om 6.45 uur vertrekt de bus voor een wild ride. Vergeet de Efteling en Disneyland. Hier kan je voor 6 euro een mooie 8 uur durende rit meemaken. De 8 uur was nodig om de 160 km van Kathmandu naar Sauraha bij het Chitwan National Park te overbruggen, inclusief 2 x 15 minuten pauze.
Kathmandu uitkomen was al een uitdaging qua files. Sowieso lijken sommige plekken in en buiten Kathmandu wel oorlogsgebied, veroorzaakt door de aardbeving. Overal wordt wel hard gewerkt  aan herstel. Even buiten Kathmandu gaat het verder met afdalen en als we uit ons raampje kijken, kijken we soms zo’n 1000 meter recht naar beneden 🙁 Verder mag je wel zeggen dat het druk is op de weg vooral met vrachtwagens en bussen. Ook helpt het b.v. niet als er een vrachtwagen met pech stilstaat in een haarspeldbocht. De stukken met asfalt gaan redelijk, maar de stukken zonder asfalt zijn echt een groot stuiterfeest. Verschillende malen komen we echt los van onze stoel. Al met al zijn we halverwege de middag op plaats van bestemming.

We komen natuurlijk om een safari te doen, maar we genieten van de rust. We drinken een biertje bij de rivier met de ondergaande zon op de achtergrond.

Opvallend is dat bijna alle hotels 1 of 2 olifanten in de tuin hebben staan, zo ook ons hotel. Deze worden gebruikt voor de safari’s. Een ding is zeker wij gaan niet meer op de rug van een olifant zitten!