Entebbe

      No Comments on Entebbe

Dinsdagochtend 5 februari rijden we vroeg weg uit Mbarara. Gisteren vlak voor Mbarara werden de wegen al beter. Ook lijkt alles iets “moderner” en minder “arm”, dan wat we tot nu toe hebben gezien. De weg naar Lake Mburo National Park is geasfalteerd en heeft geen potholes. Veel sneller dan verwacht draaien we de snelweg af richting LMNP. Al voor het officiële park begint zien we zebra’s en mooie vogels.

Eerlijk is eerlijk als dit ons eerste park bezoek in Oeganda was geweest, waren we onder de indruk. Maar nu viel het wat tegen. Het heeft een mooi meer met nijlpaarden. We zien veel vogels en zebra’s. Ons hoogtepunt was een groep impala’s die zich op de weg hadden verzameld met hun staart tussen de benen. De beesten kijken zeer alert om zich heen. Onraad dus! Meestal is er dan een grote kat in aantocht. Wij hebben de motor uitgezet en een poos gewacht. Gelukkig voor de impala’s gebeurt er niets.

Tweede helft van de middag rijden we naar het “pittoreske” Lyantonde. Dit dorp ligt aan de snelweg richting Kampala en we vinden er een prijsvriendelijk hotel 🙂
We wandelen door het dorp met, net als alle andere dorpen, heleboel verschillende winkeltjes waar alles te koop is wat je nodig hebt. Ondanks onze gevorderde leeftijd trekken we een hoop bekijks. We sluiten de dag af met een geweldige vismaaltijd en vullen ons vocht tekort aan.

Woensdagochtend rijden we naar Entebbe. Daar hebben we een dikke vier uur voor nodig. De wegen zijn goed. Het blijft oppassen in het verkeer. Vooral de afgeladen taxibusjes. Zij stoppen en trekken op zonder echt naar de rest van het verkeer te kijken, verder zijn ze non-stop aan het inhalen. Dit laatste is niet altijd heel handig op een tweebaansweg.

Ondertussen passeren we weer de evenaar, dit is wederom een monument maar nu met een heleboel toeristische poespas er om heen. We laten dit fotomoment niet schieten natuurlijk.

Rond de middag zijn we bij ons hotel in Entebbe aan Lake Victoria. We nemen een kamer met uitzicht op het meer 🙂 Het voelt hier een stuk koeler, dankzij de wind vanaf het meer.

‘s Middags wandelen we door de botanische tuinen, weg van alle herrie van de stad. De tuinen zijn mooi met veel vogels en zelfs apen.

Donderdag is onze terugvliegdag. Dat zijn meestal een beetje baaldagen. Heel veel valt er niet meer te doen. De meeste toeristen lopen door het westers aandoende winkelcentrum. Het eerste “echte” winkelcentrum, dat wij tegenkomen. Je kan er cappuccino drinken tegen westerse prijzen, daar moet de doorsnee Oegandees toch gauw een dag voor werken.

We maken nog een lange wandeling door de stad, genieten nog even van de ontelbare ijsvogels en maraboes. We geven ons overgebleven eten en drinken aan de bewaker van ons hotel (7 dagen in de week, 12 uur per dag), hij lijkt er oprecht blij mee.

Mbarara

      1 Comment on Mbarara

Nog even over gisteren, vrijdag. De meeste chauffeurs blijven gas geven, ongeacht de situatie. Wij minderen bij de meeste situaties vaart, zeker als er mensen lopen of fietsers. Vrijdagochtend kwamen we een fietser tegen die door een voorbij razende auto omgevallen was. Achter op de fiets had hij rieten matten liggen, die aan beide kanten meer dan een meter uitstaken. Wij dachten hem even te helpen. Hem en zijn fiets overeind krijgen viel behoorlijk tegen, de matten zijn loodzwaar. Met zijn drieën krijgen we de fiets overeind. Zijn maatje had een stapel brandhout achter op de fiets. Hij kon niet helpen, anders zou hij ook om kiepen. Nu moest het riet nog in balans achter op de fiets komen. Gelukkig kregen we hulp van een derde jongen die ook rieten matten op zijn fiets vervoerde. Hij kon met een stok zijn fiets met matten rechtop neerzetten! Met zijn vieren krijgen we de matten in evenwicht.
Ondanks dat het nog voor 9 uur was, liep het zweet van de jongens hun voorhoofd. Wij bieden de jongens 2 flesjes Pepsi Cola aan. Een van de jongens vroeg of er alcohol in zat? Nee, zei de ander: het is priklimonade, joh.

We zien onderweg dat er van alles en nog wat achterop fietsen en brommers wordt meegenomen: banken, deuren, motorkappen, kippen, geiten, varkens, water, oneindig veel bananen, hele gezinnen etc.

Omdat we naar het zuiden rijden en steeds hoger komen is het veel groener. We waren al koffie en katoen tegengekomen, we rijden nu uren langs theeplantages en dennenbossen.

Zaterdagochtend 2 februari zitten we in Fort Portal weer vroeg aan het ontbijt, voor het eerst is het echt fris. Doel vandaag is het Queen Elizabeth National Park. We hopen mooi uitzicht te krijgen op de Mwenzori Mountains. Maar dat valt door de bewolking wat tegen. Het gebergte loopt door in Congo en heeft met Mount Stanley een piek van boven de 5 km.

Even onder Kasese passeren we de evenaar en maken een foto bij het evenaar beeld om dit te bewijzen 🙂 Voor het eerst worden we aangehouden door een politieman, hij is de eerste die ons naar een rijbewijs vraagt. Onze tactiek bij Afrikaanse agenten is altijd heel beleefd te zijn en gelijk naar de weg vragen. Hij vraagt nog wel of we een bijdrage hebben om zijn zus te supporten …

QENP is zeer groot en ook weer bijzonder mooi en gevarieerd. We beginnen met een route door het kraterlandschap. Kraters met en zonder water, af en toe ruikt het naar zwavel en rotte eieren.
Voor de 2e maal deze trip, komen er tse tse vliegen de auto binnen, die kunnen gemeen prikken. Terwijl Ed probeert te voorkomen dat de auto een krater inrolt, gaat Marja de strijd aan met de vliegen. Het is een ongelijke strijd, de vliegen winnen 🙁

‘s Middags doen we een boottocht door het Kazingu kanaal, tussen Lake George en Lake Edward.
Weer een mooie boottocht, met buffalo’s, olifanten, nijlpaarden en heel veel vogels.
‘s Avonds eten we met uitzicht om het kanaal. We drinken in het donker een biertje voor onze banda, hopend dat er een nijlpaard of olifant voorbij komt.

Zondagochtend ontbijten we met echte Oegandese koffie en maken we plannen voor de komende dagen. De visarenden zijn ook bezig met hun ontbijt, zij plukken de vissen uit het water.

Vandaag bekijken we twee andere delen van QENP. QENP is groot, heeft verschillende delen, er liggen dorpen in het park en er loopt een ‘highway’ doorheen (niet nodig om te vermelden dat deze under construction is).

We gaan op zoek naar flamingo’s in Kyambura. We zien een paar prachtige kratermeren, nijlpaarden en olifanten. Verder hardwerkende mensen op de katoenvelden. Geen flamingo’s natuurlijk.

Daarna gaan we naar Kasenyi. Doel was natuurlijk wild zien en het liefst grote katten. We worden nog enthousiaster als de man aan de gate zegt, dat er in bomen hangende leeuwen zijn gesignaleerd. Wij kunnen ze echter door de wirwar aan wegen niet vinden 🙁 Wel zien we ontelbare bokken/herten, nijlpaarden, bee eaters en visarenden. Het tweede deel van de middag proberen we de zuid route uit. We lopen helemaal vast op slechter wordende / onduidelijke paden. De gaten in de weg worden groter en het gras hoger. De wegwijzers in de Oegandese parken blinken niet uit in duidelijkheid (if any) en worden slecht/niet onderhouden. Met het zweet in de handen en Google Maps navigeren we ons uit deze lastige situatie.

‘s Avonds genieten we weer van ons heerlijke restaurant aan het kanaal, waar we de enige gasten zijn. Het personeel zit Man United te kijken. Althans niet allemaal. Een aantal mannen slacht achter het restaurant een geit, hangen hem op aan een boom en bewerken de geit voor consumptie.

Maandagochtend ontbijten we voor de laatste maal met uitzicht op het Kazingu kanaal, met knorrende nijlpaarden en grazende knobbelzwijnen. We rijden langzaam QENP uit en spotten nog wat olifanten. Ook op de snelweg (hadden we al verteld dat er aan de weg wordt gewerkt?) hebben we last van overstekende olifanten. We rijden weer door een mooie groene heuvelachtige omgeving met veel thee- en bananenplantages.

Bij een marktje met veel bananenverkoopsters dachten we even de benen te strekken en bananen te kopen. Nog voordat de auto stilstaat, staan alle verkoopsters al rond de auto.

We willen voordat we naar huis gaan nog Lake Mburo bezoeken, maar hebben geen zin om de hele dag in de auto te zitten. We zoeken een hotel in Mbarara en wandelen ‘s middags door het centrum van deze “moderne” markt.
Traditiegetrouw gaan Ed zijn slippers kapot tijdens de vakantie. Op de markt vinden we de plaatselijke shoerepairman, hij repareert Ed zijn slippers voor een kwartje 🙂

Fort Portal

      No Comments on Fort Portal

De nachtrust in onze luxe cottage in Sipi Falls viel wat tegen. Het eerste uur waait het keihard, na een uur gaat de wind weer heel snel liggen. Daarna krijgen we het idee dat er een duiveluitdrijving aan de gang was. De volgende ochtend bleek dat er ‘s nachts een viering was in de naburige kerk.

Zaterdagochtend bij het ontbijt krijgen we te horen dat de mannen in deze omgeving allemaal rond hun 16 worden besneden. Dat allemaal onverdoofd en in een ceremonie waarbij het hele dorp komt kijken. Daarna ben je een man. Ed is blij dat hij geen man is.

Na het ontbijt rijden we via een steile asfaltweg de berg af. Dat was voorlopig het laatste stukje asfalt. We stuiteren 100 km richting Moroto. Onderweg komen we weer veel drukke dorpen tegen en veel verkeer. Dat verkeer trekt een dikke stof streep door het landschap. Na verloop van tijd zijn er alleen nog af en toe kraaldorpen en auto’s worden zeldzaam. Belangrijkste activiteit in de regio lijkt water halen bij een van de vele bronnen. Natuurlijk begaan we weer de klassieke fout om in een dorpje twee kinderen pennen en tandenborstels te geven. Binnen een minuut staan er tientallen kinderen tegen de auto aangeleund of duiken half de auto in. Geef ze eens ongelijk.
Verder is dit de regio van Karamojong-mensen, die nog niet zo gek lang geleden als hobby hadden reizigers te beroven. Het Oegandese leger heeft daar een einde aangemaakt door alle AK47’s in te nemen.

In de buurt van Moroto zijn we blij dat er weer asfalt is. Voor het verkeer hoeft het niet, dat is er niet. In Moroto tanken we, vinden we met veel moeite de lokale supermarkt (met de omvang van onze huiskamer). Als je door Moroto loopt als verwende westerling wordt je toch een beetje stil.

Eind van de middag wandelen we nog een een beetje door de ‘buitenwijken’. De meeste mensen zijn vriendelijk en de kinderen willen graag praten; Hello, how are you?

Zaterdagochtend om 7.30u rijden we weg uit Moroto richting Kidepo Valley National Park over de laatste stukjes asfalt voor de komende dagen. Eerst hobbelen we langs kleine arme dorpjes en geitenhoeders naar Kotindo. In Kotindo doen we nog wat “boodschappen” en tanken de auto nog een keer vol. Tanken is wel een uitdaging in deze regio, dus we grijpen elke kans aan. Het laatste dorpje voor Kidepo is Kaabong. Daar is zowaar ook iets wat op een tankstation lijkt. We tanken de auto nog een keer vol bij deze hand aangedreven pomp.

Begin van de middag komen we het Kidepo park binnen via de Nataba-gate. Een niet veel gebruikte gate, want volgens het inschrijfboek waren we de eerste gasten vandaag. We hebben een leuk gesprek met de man bij de poort, die ons gelijk een heleboel euro’s armer maakt. Op safari gaan kost knaken.

Hoewel we onszelf redelijk ervaren safari-gangers vinden, zijn we nooit zo gelukkig met het spotten van grote katten. We besluiten naar Lions rock te rijden, niet met het idee dat we daar een leeuw zouden zien. Maar tot onze verbazing zagen we toch een leeuwin boven op de rotsen 🙂 Verder waren we aangenaam verrast door het vele wild, oneindig veel buffalo’s, olifanten, giraffen, etc.

Slapen doen we in de Apoka bundas, eenvoudige slaapplekken, met zowaar van 19 tot 22 uur stroom. Het kamp heeft een mooi uitzichtpunt en ook een eigen waterpool, waar wild op af komt.
Het wild kan overigens ook vrij door het kamp wandelen, net als wij zelf natuurlijk.

Het is een mooi kamp, het ontbeert de luxe die we uit Zuidelijk Afrika kennen. ‘s Avonds krijgen we voor 3 euro rijst, aardappelen en een paar stukjes vlees bij kaarslicht. Het bier is op zijn best gezegd koel.

‘s Avonds vallen we in slaap met allerlei dierengeluiden, waaronder brullende leeuwen.

Maandag 28 januari doen we ‘s ochtends en ‘s middags een game drive. We zien dezelfde dieren als gisteren in dit prachtige landschap, waar vroeger ook Idi Amin een optrekje had (voor onze oudere lezers). We treffen weer dezelfde leeuwin als gisteren, maar zien helaas geen andere katachtigen. Het meeste indruk maken nog de duizenden buffalo’s, die in een lange sliert door het park trekken.

Vandaag koken we ons eigen eten met onze kookspullen. Menig Italiaan zou zijn vingers aflikken bij onze pasta. Tegen zonsondergang genieten we vanaf het uitkijkdek met een lauw biertje van de omgeving.

Dinsdag weer op met het eerste licht. We willen naar Murchison Falls National Park. We weten alleen niet of we dat gaan halen in 1 dag. We rijden het park uit richting Kitgum, de goede 100 km kost ons 3 uur. De route is wel bijzonder mooi.

Regelmatig worden we ingehaald door glimmende witte dikke 4 wheel drives van allerlei organisaties: UN, World Food Program en bekende hulporganisaties. Onze bescheiden Toyota is ondertussen zowel binnen als buiten hartstikke vuil van het stof. Onze auto is denken we ook al wat ouder en soms wat roestig, maar goed onderhouden zei de verhuurder. De airco doet het niet meer, dus rijden we continue met open ramen voor verkoeling. Bij tegenliggers moeten de ramen snel dicht om niet nog meer stof binnen te krijgen. Door al het stof willen de ramen ook niet altijd dicht of open. Dat lossen we op door water in het raam gieten Ook is door het gestuiter de binnenverlichting uit het dak gevallen, daarvoor is ducktape uitgevonden 🙂 Als we rechtsaf sturen, begint de auto te piepen. Er loopt iets aan. Dit lossen we dan weer op door zo min mogelijk rechtsaf te sturen. Al met al vinden we het een fijne auto.

In Kitgum tanken we en zijn we dolgelukkig met het redelijk verse asfalt. We rijden over asfalt naar Gulu en besluiten om door te rijden.

We vinden een slaapplaats in Pakwach, vlak bij Murchison. Pakwach ligt op een steenworp afstand van de Democratische Republiek Congo (waar het volgens locals hier heel goed gaat sinds de laatste verkiezingen).
Op weg naar Pakwach komen we al olifanten en nijlpaarden tegen. Ons guesthouse heeft uitzicht op de Nijl en we dachten even leuk langs de Nijl te lopen en wat vogels te spotten. De oever staat vol met ronde huisjes, kleine dorpjes op zich. De vrouw achter de receptie neemt ons mee op pad. We lopen door de dorpjes langs de Nijl. Het is een bende en bedrijvigheid. Spelende kinderen, vis dat gedroogd wordt, geiten , vissende mannen, vrouwen die met het eten bezig zijn, varkens die in het afval spelen en menselijke uitwerpselen.

Daarnaast neemt ze ons mee om boodschappen te doen. We doen wat inkopen bij de plaatselijke supermarkt (iets groter dan een badkamer) en daarna de plaatselijke markt. Ondertussen vertelt ze haar levensverhaal en dat is iets waar je je als Europeaan niets bij voor kan stellen.

Daarna eten we in een restaurant in het dorp, dat wil zeggen volgens Oegandese standaards. Er is geen menukaart. Er is rijst, iets van groente, kip of beef Toen het eten werd gebracht, was er maar 1 stukje kip en plots was er eigenlijk ook vis. Dus krijgen we allebei vis. Om het af te maken nemen we een lauw biertje.

Elektriciteit is een luxe en doet het maar een paar uur per dag. Sinds de eerste nacht hebben we geen koud bier meer gehad 🙁 Hetzelfde geldt voor wifi, zonder elektriciteit geen wifi, wat is wifi eigenlijk?

Woensdag ontbijten we met een rolex (overal verkrijgbaar hier, iets met pannekoek en ei en wat lokale groente) en doen een game drive in Murchison. Wat een prachtig park. We zien ontzettend veel herten soorten, olifanten, giraffen, buffalo’s, vogels en veel nijlpaarden langs de oever van de Nijl en Lake Edward. Hoogtepunt was ongetwijfeld de ferry naar de zuidkant van het park. We kwamen net te laat voor 14u ferry. De volgende ferry gaat om 16u. Op zich is wachten op de ferry niet zo ontzettend leuk, maar hier kwamen er af en toe nijlpaarden boven water, duiken er ijsvogels de Nijl in, lopen er apen, maraboes en bokken rond en komt er ook nog een kudde olifanten eten en drinken. Dus het wachten was niet zo erg.

Geld is hier ook een dingetje. Soms wil men dollars, soms zijn euro’s goed en lokale shillings zijn altijd goed, maar dan moet je er heel veel van hebben. Onze lodge in Murchison wil graag dollars i.p.v. euro’s 🙁 Vrijdagochtend gaan we eerst geld halen en tanken in het naburige Boliisa. Het “dorp” heeft een bank en een tankstation en wat winkeltjes. Omdat we niet alleen de bank en de benzinemaatschappij willen sponsoren, kopen we ook bij de lokale ondernemer wat drinken. De ondernemer in kwestie denkt volgens ons dat we net van Mars zijn geland, maar is zeker blij met de klandizie.

Terug in ons kamp lopen we de 500 meter naar de Nijl om even te relaxen, dit doen we wel gewapend met stenen. De baboons hier zijn nogal groot en brutaal.

‘s Middags doen we een boottrip over de Nijl naar de watervallen. De Murchison Falls zijn de krachtigste watervallen van de wereld. Onderweg komen we veel wild tegen; nijlpaarden, olifanten, ijsvogels, etc. Natuurlijk drinken we drijvend op de Nijl een Nile.

Vrijdagochtend 1 februari zitten we met het eerste licht in de auto richting het zuiden. We willen graag naar het Queen Elizabeth National Park. Dat gaan we niet in een dag redden. Doel is Fort Portal. Dat het een lange rit zou worden was duidelijk. Dat er veel grind/gravel wegen zijn is duidelijk. Maar op onze route zijn ze op grote schaal bezig met het asfalteren. Dus dat betekent het ene moment strak asfalt, dan weer een wasbord van gravel, mul zand, modder, alles. De auto en wijzelf zaten al onder het stof, nu is er geen porie meer zonder stof. Fort Portal ligt wat hoger en is koeler dan het hete noorden. Eind van dag nemen we een duik in het zwembad van ons hotel.